Lente is prachtig en ook weer zo voorbij.
Als u tijd heeft, moet hij naar de polder gaan. U kunt daar iets heel moois zien: het is de tijd van de parende karpers. En die tijd is zo voorbij. De vissen laten zich niets gelegen liggen aan hun omgeving. Je kunt ze bijna optillen. Je herkent hun aanwezigheid aan onrustig water (zelfs zonder wind) met veel, zich in cirkels voortplantende, watergolven. Even geduld, en dan springen de karpers bijna geheel uit het water.

