[Ook gepubliceerd op joop.nl]
In deze column stel ik een radicale wijziging voor van de besteding van ontwikkelingsgelden: de hele begroting wordt besteed aan studiebeurzen die ter beschikking worden gesteld aan geselecteerde inwoners van arme landen. Zij komen bij ons studeren. De opleiding kan op elk niveau plaatsvinden, variërend van VMBO, MBO, HBO tot universiteit. Geen euro meer over de balk gegooid. [Ook gepubliceerd bij joop.nl]
Links en rechts in ontwikkelingssamenwerking
Ontwikkelingssamenwerking (OS) is zo’n onderwerp waarop zgn. links en zgn. rechts zich krachtig wensen te onderscheiden. Heisa over hulp aan arme landen is voor het CDA een van god gegeven geschenk, omdat ze zich eindelijk kan afzetten tegen haar coalitiepartner en tegen haar gedoogpartner. En wel op het gebied van naastenliefde, christelijker kan niet.
De badinerende term ontwikkelingshulp werd in de jaren 1960 vervangen door de term ontwikkelingssamenwerking (OS). OS behoort gelukkig tot die gebieden waar de discussie zich concentreert op getallen, of beter gezegd – en dat is nu weer jammer – op één getal: het percentage van het bruto nationaal product (BNP) dat door een land per jaar aan OS uitgegeven wordt. In 2010 lag dit percentage voor Nederland op rond 0,8% (corresponderende met 4,7 miljard euro). De huidige gedoogcoalitie heeft besloten om dit percentage voor 2012 naar beneden te brengen tot 0,7%. De slepende besprekingen in het Catshuis zijn bedoeld om dat percentage voor Nederland in de buurt te brengen van 0,5%.
Vroeger (1960) was OS voor de PvdA een heilige koe. Ik citeer uit het manifest (1966) “Tien over Rood” van “Nieuw Links”, een invloedrijke protestbeweging van de toen nog jonge babyboomers binnen de partij:
«De PvdA neemt niet deel aan een regering, tenzij vaststaat dat de ontwikkelingshulp in 1970 2% van het nationale inkomen bedraagt»
De tijden zijn veranderd. De Verenigde Staten gaf in 2009 aan OS 0,21% van het BNP uit, Duitsland 0,35%, Frankrijk 0,47%, Engeland 0,52 en Zweden 1,12. Zie ook figuur hieronder.
- (bron: OECD via Wikipedia)
Dat pertinente percentage waar het debat zich op toespitst in Nederland zegt de arme landen waarmee wordt samengewerkt niks. Er is geen ontwikkelingsland in de wereld dat bij het ontvangen van een OS-subsidie Wikipedia raadpleegt om het BNP van het donorland op te zoeken om vervolgens het bedrag van de donatie daardoor te delen. Zo’n land is alleen geïnteresseerd in de hoogte van het ontvangen bedrag. Arme naties kijken daarom vooral naar landen als de VS, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Voor een overzicht van de absolute bedragen zie figuur hieronder.
Alleen bij contacten tussen westerse landen onderling spelen de bewuste percentages een rol, bijv. bij het binnenhalen van hoge internationale posities.
Mijn standpunt
- Daar in de wereld waar geen lange-termijn stabiliteit (zeg 10 tot 50 jaar) in de maatschappij aanwezig is, probeer ik die te bevorderen. Daar waar die stabiliteit wel bestaat, probeer ik die te behouden. Te grote sociale ongelijkheid en te grote verschillen in rijkdom leiden tot instabiliteit.
Bevorderen van stabiliteit
In 2012 kritiek leveren op de invulling van OS houdt niet meer een ogenblikkelijke verkettering in door chagrijnig, moralistisch, evangelisch links. Een belangrijk kritisch rapport over het nut van OS werd in januari 2010 gepubliceerd door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), getiteld “Minder pretentie, meer ambitie: ontwikkelingshulp die verschil maakt”. Keer op keer blijkt dat het nut van OS moeilijk aan te tonen is. OS heeft een elite, van ambtenaren tot Non-Governmental Organizations (NGO’s), met zich meegebracht en die belanghebbenden beweren – zoals te verwachten – het tegendeel.
Huidige verdeling van Nederlandse gelden
Onderwijs
Voorstel van studiebeurzen
De beurzen zijn volledig inclusief reisgeld om af en toe familie of gezin in het vaderland op te kunnen zoeken. De bursalen mogen geen betaalde bijbaantjes accepteren op straffe van terugzending. De studieduur is typisch 4 jaar en er zal stevig worden gecontroleerd op studievoortgang ook weer op straffe van terugsturen.
De studenten leren een vak en ze leren wat Nederlands en wat Engels. Bovendien leren ze en passant de principes kennen van rechtstaat en democratie en zullen ze sociale vaardigheden ontwikkelen. Allemaal verworvenheden die van belang zijn voor de opbouw van hun vaderland.
Voor het slagen van dit voorstel is de selectie van de juiste studenten cruciaal. Hiervoor kunnen allerlei modaliteiten bedacht worden. Selectie kan plaatsvinden in Nederland en in het land dat in aanmerking wil komen voor deze beurzen. Bij dat laatste kunnen NGO’s behulpzaam zijn. Nederland kan een milde competitie organiseren onder de landen die daarvoor in aanmerking komen. Ontwikkelingslanden moeten de beurzen “verdienen”. Voorkomen moet worden dat de selectie wordt gedaan door de machthebbers ter plaatse.
Wat gaat een beurs kosten?
Als men de vrije ruimte in de Nederlandse begroting (70%) van OS volledig hiervoor gebruikt, kom ik op een besteedbaar bedrag van, schat ik, drie miljard euro, hoewel hier de Wilders-correctie nog niet op is toegepast. Met dit bedrag kunnen we ongeveer 50 duizend bursalen per jaar financieren. Dat zet zoden aan de dijk. Even dit bedrag “klein maken”: dit voorstel komt erop neer dat iedere belastingbetaler ongeveer 0,66 eurocent per student per jaar betaalt. Deze beurs is ook een prima gelegenheid voor bedrijven en goede doelen organisaties om mee te doen. Een mooie naam voor de beurs lijkt mij: Prins Claus beurs (“Prince Claus of the Netherlands Fellowship”).
Bij een hervorming moet altijd rekening worden gehouden met transactiekosten, de kosten die gemoeid zijn met het veranderen met het systeem. Die kosten houden bijv. afvloeiingsregelingen in en die zullen in de beginfase substantieel zijn. Ambtenaren en vakbonden zijn uiteraard tegen. Het maximale aantal bursalen zal dus pas na een paar jaar gehaald kunnen worden.
Ze gaan niet terug
Degenen die hun studie hebben afgemaakt en hier een baan aangeboden krijgen, moeten zelf weten of ze teruggaan. Wel of niet terug gaan, in beide gevallen profiteert het land van herkomst en in beide gevallen profiteert Nederland. Zij die hun opleiding voltooid hebben, zullen indien ze niet terug gaan geld naar hun vaderland sturen. Volgens de WRR zijn die bedragen vaak hoger dan de bedragen voor OS. Verder kunnen de niet-terugkerende afgestudeerden van dienst zijn voor hun vaderland door hun goede contacten in de rijke westerse wereld. Bij niet terugkeren profiteert Nederland van goed-opgeleid personeel en krijgt het ook een netwerk in landen die ooit ook rijk zullen worden. Indien de student wel naar zijn vaderland teruggaat, zijn er ook voordelen voor Nederland.
China is een mooi voorbeeld van een land dat profiteert van in het buitenland afgestudeerde staatsburgers die niet meer terugkomen. Vele Chinezen die een opleiding volgden in de VS en zich daar definitief gevestigd hadden, werden de laatste tien jaar met veel geld verleid om toch terug te keren naar China. Of werden gevraagd om te helpen met het opleiden in de VS van Chinese studenten die waarschijnlijk wel zullen terugkeren.
Ze hebben een taalachterstand
Je importeert problemen
Selectieproces is moeilijk
Waarom niet kleinschalig starten
Alleen bilateraal
Daarom: dit voorstel wordt strikt bilateraal uitgevoerd, één op één, elke keer tussen Nederland en één ontwikkelingsland.





Aad! (Ik heb toen met jullie gegeten bij Otto en Esther) Ik kom net terug uit Uganda en denk dat je radicale suggestie de juiste is en ook van binnen uit revoluties kan veroorzaken. Ik ben op kleine schaal begonnen …
Henkjan,
bedankt.
Ik weet dat je je erg bezighoudt met ontwikkelingssamenwerking.